♦Stage-uren

Tussen 1 juni 2018 en 1 juni 2020 is de stage-eis tijdelijk vervallen. Is men praktiserend lid geworden vóór 1 juni 2020 dan geldt geen aanvullende eis m.b.t. het aantal gevolgde uren stage. Na 1 juni 2020 dient men weer te voldoen aan 240 stage-uren.

1.Verplichte praktijkstage
Opleidingsinstellingen die een Opleidingsovereenkomst met de NVA zijn aangegaan zijn verplicht de cursist een stage te doen volgen in de acupunctuur onder de navolgende voorwaarden.

2. Definitie praktijkstage
De Praktijkstage is een begeleide, vakgerichte oefen- en leerperiode in de praktijk, als onderdeel van de formele opleiding tot het beroep van acupuncturist. Zij vormt één geheel met de klassikale c.q. theoretische onderdelen van de beroepsmatige vorming.
In het algemeen leert de cursist hier de zaken die hij zich in het theoretische onderwijs heeft eigen gemaakt, te integreren met praktische vaardigheden, en om deze vaardigheden als zodanig feitelijk te ontwikkelen.

3. Zwaarte
De praktijkstage (behandeling in een 1-op-1 situatie) draagt minimaal 150 uur bij aan de vereiste 240, (de overige praktijkuren kunnen desgewenst worden geleverd door snuffelstage, individuele casuïstiek besprekingen, mini-kliniek cursus (meerdere studenten per patiënt, etc.).
Deze stage heeft het karakter van een doe-stage, waarin de cursist geleidelijk wordt gevoerd naar een niveau van zelfstandige acupunctuurtoepassing en wordt in principe in Nederland gelopen.

4. Doelen van de praktijkstage
De doelen van de praktijkstage zijn het tot ontwikkeling brengen bij de cursist van een aantal praktische vaardigheden, waarvan met name zijn te noemen:

  • Het in staat zijn een vertrouwensrelatie aan te gaan met de patiënt,  om tijdens de behandeling met de patiënt op een wederzijds bevredigende wijze te communiceren, en om bij voltooiing van de behandeling deze relatie op zinvolle wijze weer af te ronden.
  • Het in staat zijn op verantwoorde wijze gegevens te verzamelen bij de patiënt die noodzakelijk zijn voor het formuleren van een correcte diagnose in TCG-termen; onderdelen hiervan zijn: observatie, anamnese, palpatie, auscultatie en lichamelijk onderzoek.
  • Het in staat zijn de verzamelde gegevens te ordenen tot een klassieke patiëntgerichte diagnose in TCG-termen.
  • Het in staat zijn bevindingen, behandelplan en evaluaties op een voor de patiënt, voor collegae en overige betrokken zorgverleners, duidelijke wijze samen te vatten.
  • Het in staat zijn op basis van de gestelde diagnose en in het kader van een totaal-behandelplan een correcte acupunctuurbehandeling aan te geven, eventueel aangevuld met overige therapeutische of begeleidende maatregelen/adviezen.
  • Het in staat zijn de geïndiceerde behandeling correct uit te voeren. Daartoe behoort beheersing van de technieken zoals omschreven in hoofdstuk 3 (kerncurriculum) in para-graaf 3.8 (behandelingstechnieken).
  • Het in staat zijn de patiënt op actieve wijze te betrekken bij de behandeling, alsmede bij de voorbereiding daarop en de nazorg daarvan.
  • Het in staat zijn de effecten van de gegeven behandeling op korte zowel als op langere termijn te evalueren, tezamen met of ten overstaan van de patiënt.
  • Het in staat te zijn zodanig de acupunctuurpraktijk te voeren dat deze in overeenstemming is met de door de beroepsorganisatie geformuleerde vereisten (ethiek, steriele werkwijzen, communicatie met vakgenoten en huisarts, onderhouden van een (geautomatiseerde) patiëntenregistratie etc.).
  • Het in staat zijn onder tijdsdruk te functioneren, om in noodsituaties adequaat te handelen, en om het eigen handelen kritisch te beschouwen.
  • Het in staat zijn de patiënt zo nodig door of terug te verwijzen naar andere hulpverleners dan wel te attenderen op aanvullende vormen van zorg en begeleiding, c.q. voorzieningen.

5. Verantwoordelijkheid
De Praktijkstage wordt georganiseerd door of in opdracht van de Instelling en valt in die zin onder de verantwoordelijkheid van die Instelling. De Instelling verplicht zich ertoe de Praktijkstage volgens het onderhavige reglement uit te (doen) voeren en de NVA verplicht zich ertoe haar leden aan te sporen gelegenheid te geven aan cursisten voor het volgen van een Praktijkstage als bedoeld.

6. Instroomeis
Cursisten worden alleen tot de Praktijkstage toegelaten, indien zij het theoretisch-klinisch opleidingsdeel met goed gevolg hebben voltooid.

7. Stagewerkplan en stageverslag
Per individuele stage is een Stagewerkplan beschikbaar dat het specifieke oefen- en leerprogramma van de stage omschrijft.
In het Stagewerkplan zijn in elk geval geregeld:

  •  de opzet van de stage als geheel
  •  de wijze van begeleiding, overleg en beoordeling
  •  de door de Stageverlener bij te houden Stageverloop Registratie
  •  eventuele terugkomdagen van de Instelling
  •  de verantwoordelijke docent/contactpersoon binnen de Instelling
  •  de doelstelling en vorm van het door de stagiaire op te maken Stageverslag

Het Stageverslag geeft aan in welke opzichten het Stagewerkplan wel of niet is gerealiseerd plus de eventuele redenen van het laatste. Het Stageverslag geeft voorts aan op welke wijze welke aantoonbare voortgang is gemaakt inzake de vorming tot zelfstandig beoefenaar van de acupunctuur. De eventueel nog ervaren tekorten in het eigen zelfstandig functioneren worden duidelijk aangegeven.

8. Beoordeling
Indien de cursist zijn/haar praktijkstage met goed gevolg heeft doorlopen, ontvangt hij van de Instelling een daartoe strekkend certificaat. Zonder een dergelijk certificaat is de cursist niet toelaatbaar tot de NVA. Bij de beoordeling door de Opleidingsinstelling wordt rekening gehouden met het totale aantal opgebouwde stage-uren (minimaal 240, zie punt 3), de wijze waarop dit is opgebouwd, het Stagewerkplan, de Stageverloop registratie en het stageverslag.

9. Buitenlandse stages
Indien door de Instelling onvoldoende stagegelegenheid in Nederland kan worden geboden, is het toegestaan maximaal de helft van de vereiste praktijkstage (behandeling in een 1-op-1 situatie)  in het buitenland te doen plaatsvinden, mits:

  • Sprake is van een controleerbare situatie welke garandeert dat het niveau van praktische vaardigheid dat de student bereikt, minimaal gelijk is te stellen aan het niveau zoals bedoeld in punt 3 van dit reglement. De bewijslast berust hier bij de Instelling. 
  • Naast de directe stageverlener sprake is van een gekwalificeerde stage-coördinator.
  • De Instelling in Nederland beschikt over het stageplan.
  • De Instelling beschikt over een (kopie van het) goedgekeurde Stageverslag.

Het Stageverslag draagt daartoe de handtekeningen van zowel de directe stageverlener als van de stage-coördinator; deze handtekeningen geven aan dat zij zich kunnen verenigen met de inhoud van het verslag en de daaraan verbonden conclusies.